zaterdag 24 mei 2008

Ronde van Polen (UCI 2.2)

Na een lange rit in de auto eindelijk aangekomen in het druilerige Polen. Het weer was er niet echt denderend en dan ‘baal’ je wel even als je hoort dat het in Belgie zalige temperaturen zijn.
Ach ja, je bent er nu, dus je maakt er gewoon het beste van! Na de permanence zijn we het hotel gaan zoeken. Met papiertje - met wat Poolse lettergrepen op - moesten we op zoek. We hebben HET gevonden. In de middle of nowhere, naast een soort legerkamp afgezet met prikkeldraad, lag een camping/studentenkamers-gedoe… Van luxe hadden ze er nog niet gehoord, integendeel. We stonden weer even met de voetjes op de grond en beseften hoe goed we het thuis hadden. Maar er moest dus ook nog gekoerst worden.

rit 1:
De eerste rit was slechts 98km, goed als opwarming dus. Er waren verschillende aanvalspogingen maar niemand kreeg meer dan 100m. Het waren allemaal lange, slechte wegen dus je kon alles goed controleren als je vooraan reed. Bij het ingaan van de plaatselijke ronde, met nog 7km te gaan, waagde ik mijn kans. Ik demareerde en tot mijn grote verwondering was ik alleen weg. Achter mij liet het peleton niet begaan en 4 rensters konden nog wegkomen. Na een minimale solo van 1,5km sloten die bij mij aan. Deze rensters waren: An Van Rie (ploegmate), Alessandra D'ettorre, Sara Mustonen en Alexandra Burchenkova. Tegen een hoog tempo maalden we de rondjes af en moesten we gaan sprinten voor de overwinning. D’ettorre was daarin de snelste, Mustonen 2e, An 3e, ik 4e en Burchenkova 5e. Geen overwinning, maar belangrijkste is dat we 24sec voorhadden op het peleton, wat goed is voor de komende dagen, waar er ook nog een tijdrit op het programma staat.

Rit 2
De hele koers werd gecontroleerd door mijn ploegmaatjes en de ploeg van de leidster, Fassa Bortolo. Niemand mocht nog seconden nemen, want winst in het eindklassement zat er in voor An. Maar wat voor mij gisteren allemaal vlotjes liep, was vandaag soms een echte ramp. We reden tegen een heel laag tempo, en dan is het zowiezo gevaarlijker voor valpartijen. Ik zat nog maar net op de 3e rij toen ze voor me gingen liggen en de weg blokkeerden. Ik viel vol op mijn linkerbil en dacht eerst echt dat mijn ronde over was. Mijn ploegmate Marit Huysman en Ludivine hebben me aangemoedigd om terug op die fiets te stappen, ze zouden me wel terug brengen naar het peleton. En ze hebben dat knap gedaan, waarvoor mijn dank!
Aangezien mijn bil zo zeer deed, kon ik maar amper kracht zetten op de pedalen. Ik heb dan 40km vanachter in het peleton gereden met een zeer hoge trapfrequentie. Zo kreeg ik misschien die bil terug los. Maar de slechte wegen hielpen me daarbij niet echt. De schrik voor een nieuwe valpartij zat er in, waardoor ik niet meer de moed vond om me nog vooraan het peleton te nestelen... totdat An lek reed. Ik denk niet dat ik al ooit zo snel van voor zat om alles terug te controleren. En in het naar voor rijden, merkte ik ook dat ik geen pijn had in mijn bil als ik een heel zwaar vitesse trapte. Ik had terug wat hoop voor de laatste dag (rit + tijdrit). De 2e rit werd alleszins een massasprint, die gewonnen werd door Bronzini. Ik heb me niet meer gemengd in dat dwaze tumult.

Rit 3
Vandaag zou het onze dag worden om te stuntelen en een gooi te doen naar de gele trui.
De rit in de voormiddag werd gereden over brede wegen en het was uiteindelijk maar 77km. Er werd heel snel gereden en ook vandaag probeerden enkelen nog een laatste poging te doen om te stijgen in dat klassement. Maar de Vriendinnetjes van het Platteland gunden het niemand meer. ’s Morgens mochten we al met zijn allen op het podium komen, opdat ze ons konden huldigen als leider in het ploegeklassement! Daat doet natuurlijk wel iets. Alles verliep goed, totdat men begon te sprinten. Ik reed links op de weg, met de neus in de wind, maar dat was wel de minst gevaarlijke weg. An reed rechts en kwam heel ongelukkig ten val. Van 400m voor de meet tot aan de finish kwam er een ijzige kreet door onze communicatie, wat me echt kippevel gaf. Er ging zoveel door me heen. Toen ik haar tegemoet reed, was ze al in gezelschap van Jaccolien die haar over de meet duwde. 3m over de meet zijn we gestopt bij de ambulance, waar ze de eerste zorgen kreeg. Felste was: wij dachten aan haar gezondheid, zij dacht aan de tijdrit… mensen kunnen toch rare kronkels hebben hoor! Na een half uurtje hebben we haar plat in de bus gelegd en moest ze een soort yoga doen van Wim (de ploegleider). Ze was zo overstuur en gelukkig kon Wim haar zo terug tot rust brengen.
Enkele uren later moest er beslist worden of ze zou starten of niet. Een 3e plaats in het klassement geef je nu niet “zomaar” weg, maar zij had wel een verdomd goede reden om op te geven, want haar ribben waren allen gekneusd wat heel veel pijn met zich meebrengt. Zij moest er nochtans niks van weten en met een verkrampt gezicht stapte ze op de fiets. Ik startte 2min voor haar en gaf voor de laatste keer alles in de tijdrit. De tijdrit was best nog lastig, ondanks het maar 3,5km was. Eerst bergrop, dan bergaf, dan terug lang bergop en nog klein stuk bergaf. Ik eindigde als 5e op 4sec van de winares. Daardoor werd ik 3e in het eindklassement, wat een mooie opsteker is voor de rest van het seizoen. Het is eveneens mijn eerste internationale podiumplaats, dus mag ik er best fier op zijn.
An werd tot ieders verbazing nog 8e op 10sec. Moet je niet vragen hoe snel ze gereden zou hebben zonder die pijn. Het was een dubbel gevoel als we met zijn allen naar het podium mochten. We bleven beste ploeg dus kregen we allemaal een mooie rode trui. Maar die gele trui had toch echt om de schouders van An moeten zitten! Toch hebben we heel wat geleerd uit deze ronde, wat ons enkel weer wat sterker gemaakt kan hebben!

Volgende week Belgisch Kampioenschap… we zijn er klaar voor, net als de 100 ander in de wedstrijd zeker, want wie wil die trui nu niet voor een jaar om de schouders hebben?

Geen opmerkingen: